Het hart van Henry

“Was jij het maar.”  

De laatste woorden van Margreta tegen haar zoon Henry. Hij is net achttien jaar. Op straat gezet met een vrijwel lege knapzak door zijn bloedeigen moeder. Met haar woorden doelde ze op het overlijden van Dorian, de geliefde tweelingbroer van Henry. Nog geen week geleden overleden aan de gevolgen van De Zwerendood. Hij botste nooit met zijn moeder. Gehoorzaam en braaf, waar Henry avontuurlijk en optimistisch is. Zelfs nog na het wegvallen van vader Herelius, zusje Gertrude, en nu dus Dorian.  

De Zwerendood. Een plaag die zijn weerga niet kent. Wie het krijgt, merkt een week helemaal niets. Maar dan komen de zweren op. Verspreid over het hele lichaam blazen deze op tot grote bulten pus en bloed. Tot ze klappen, dan brandt het zure mengsel diep door de huid heen. Een sterfbed dat je niemand gunt. Niemand weet wat de Zwerendood precies is, maar de Hoge Heren in Alexis nemen het zekere voor het onzekere: eenieder die de Zwerendood heeft, of gerelateerd is aan iemand met de Zwerendood, wordt verbannen uit het stadscentrum.  

Maar in Karels’ Kwartier, de woonplaats van Henry, zwaait niemand de scepter. En als iemand daar al mee zwaait, komt het hem of haar misschien nog wel goed uit. Bordelen vol rooflustige hoeren, tavernes met vogelvrije bandieten, kwakzalvers langs de handelspaden. Een schimmig straatbeeld. Vader Herelius werd slachtoffer van de hoeren. Zusje Gertrude werd geheel ontdaan van al haar bloed voor de deur gevonden. Dit alles eiste zijn tol binnen het gezin. De ooit goedlachse Margreta verbitterde en de enige die soms nog een lach op haar gezicht kon toveren was Dorian. En hoe Henry zijn best ook deed, zijn moeder wilde er niets meer van weten. Ruzies, manische aanvallen, angst. Margreta reageerde haar gevoel af op Henry, de eeuwige optimist. Want hoe kon Henry zelfs nu nog hoop houden op betere tijden?  

Het regent in Karels’ Kwartier. Henry werpt nog een laatste blik op het huis.  

Zijn moeder trekt het gordijn dicht.  

“Het komt wel goed met haar. Dat beloof ik.” fluistert hij tegen de hanger van zijn ketting. 

 Hij kijkt nog eens rond. Wat heeft hij nu nog te zoeken in Karels’ Kwartier?  

Hij recht zijn rug. De zorgen van de wijk zijn voor dit moment niet de zijne. Zijn eerste uitdaging is nu het vinden van een droge slaapplaats. Misschien dat het hostel in Davidswijk uitkomst biedt. Hij trekt zijn kapuchon over zijn hoofd en loopt richting de poort aan de rand van de wijk.  

Plots hoort hij een krakerige stem.  

“Jongeman...”  

Het is Helena, de zogenaamde helderziende uit het bijhuisje van de taverne. Zo nu en dan zag Henry weleens iemand naar binnen gaan, maar meestal kwamen ze kwaad naar buiten. Opgelicht. Niet tevreden met wat ze van Helena hoorden. Henry kon alleen maar gissen naar de oorzaak.  

“Henry Helerius van Vijfde Generatie.”  

Henry verstijft. Hij draait zich om.  

Haar vriendelijke lach staat in groot contrast met haar krakerige stem.  

“Kom, kind, kom.” ze wuift en verdwijnt in de duisternis achter de deur.  

Henry aarzelt en kijkt nog eens naar de wijkpoort. Zijn voeten glijden weg in de modder. Zijn mantel al volledig doorweekt.  

‘Vooruit.’ denkt hij.  

De deur staat op een kier en hij glipt naar binnen. Een donkere gang verlicht met kaarsen verwelkomt hem. Aan de wanden hangen allerlei rekwisieten en fotolijstjes. Een zoete lucht bedwelmt hem.  

“Hallo?”  

“Kom, kind.”  

Haar stem komt uit een kamer aan het einde van de gang. Hoe verder hij komt, hoe nauwer de gang lijkt te worden.  

“Welkom!”  

Henry staat bij de open deur en betreedt het kamertje. Helena zit in een schommelstoel aan een tafeltje. Haar hand gebaart Henry plaats te nemen in de stoel voor hem.  

“Henry, zit.”  

Henry laat zich langzaam in de stoel zakken. Hij kijkt Helena aan. Ze doet hem eigenlijk niet denken aan de gekke vrouw die hij altijd voor zich zag.  

'Wat lijkt ze eigenlijk op mama.’ denkt Henry. 

“Hoe gaat het met je?” vraagt Helena.  

“Eh... ik ben net door mijn moeder het huis uitgezet. Het regent harder dan tijdens de Monsoen van Morakis en ik weet niet goed waar ik heen moet. Verder gaat het oké... denk ik?"  

“Oh, maar wat goed!” veert Helena op.  

Henry kijkt haar argwanend aan.  

“Wat nou, wat goed?” vraagt hij geïrriteerd.  

“Los van alle connecties. Geen banden meer. Wat een kansen.” Helena lacht.  

Net iets te hard naar Henry zijn smaak.  

“Pas maar op. Dit soort optimisme lijkt niet gewaardeerd te worden in Karel’s Kwartier.” bijt hij haar toe.  

“Lieverd. Iedereen wil kansen. Zelfs hier.”  

“Ik wil mijn familie terug.”  

“Och, kind,” zucht Helena terwijl ze naar zijn handen grijpt.  

“Ik heb geen geld.” zegt Henry terwijl hij zijn handen terugtrekt.  

Hij staat op en opent de deur. 

“Ik had hier niet moeten komen.”  

“Leeg. Zwart. Rottend.” fluistert Helena.  

Haar woorden dringen als een echo door tot zijn kern.  

“Was het niet?” zegt Helena op een betweterige toon.  

De woorden die Henry eerder vandaag tegen zijn moeder zei, toen de ruzie zijn hoogtepunt had bereikt. Dit kan Helena nooit gehoord hebben.  

“Vol, warm, vol liefde. Dat is wat jouw hart is. Laat dat hart niet verschrompelen door wat je doorstaat. Je kunt er zoveel mensen mee helpen.”  

Henry zwijgt. “Oké. Je wil mij niet geloven. Ook goed.”  

“Bedankt. Maar ik moet gaan.”  

Henry verlaat de kamer. De gang die zojuist nog beklemmend aanvoelde, oogt nu ruim en licht.  

“Heb een goede reis Henry Herelius van de Vijfde Generatie. Je komt er wel. En het geloof in jezelf komt ook terug. Alles komt goed, zolang je je hart deelt!” roept Helena hem na.  

Henry gooit zijn knapzak over zijn schouder. De doorweekte poes van Helena komt aangerend en drukt zich spinnend tegen Henry zijn benen aan. Ze schudt zich uit en verdwijnt de gang in. De wolken trekken weg maar het blijft grijs in Karels’ Kwartier. Terwijl Henry via de toegangspoort de straten van Karels’ Kwartier verlaat, doen de woorden van Helena hem met weemoed terugdenken aan het verleden.  

Een laatste blik achterom. Herinneringen van vroeger flitsen door zijn hoofd. 

 “Doorlopen! Gauw!”  

Henry blokkeert het pad van een handelaar en zijn kar. Hij verontschuldigt zich, loopt door, en zet daarmee zijn eerste stappen buiten Karels’ Kwartier. De weg naar Davidswijk is niet lang, maar kent gevaren.  

Benieuwd hoe het verhaal afloopt? Het Hart van Henry is nu beschikbaar op Amazon Kindle.

Het hart van Henry is een inzending voor de 2024 Fantastic Stories verhalenwedstrijd, georganiseerd door de Heroes Dutch Comic Con. Het thema was gif/antigif en de limiet was 5000 woorden.

Vorige
Vorige

Winter van As